Gewricht: klacht heupgewricht (of heup gewrichtsklacht of artrose heup of heupklacht of pijn rond de heup of slijtage heup)

Onderstaande uitwerking is een aanvulling op de fysiotherapeutische behandeling: de fysiotherapeut geeft aan welke informatie, adviezen en oefeningen voor u van belang zijn.
.
Zie video bij onderstaande tekst
Wat is een heupgewrichtsklacht
  • Anatomie
    • In het heupgewricht komen twee botten bij elkaar: heupkop (onderdeel bovenbeenbot) en heupkom (onderdeel van het bekken). Rond de heupkom ligt een kraakbeenring. Om de uiteinden van de botten ligt het gewrichtskraakbeen en het gewrichtskapsel. Binnen het kapsel zit gewrichtsvloeistof. Langs het gewricht lopen zenuwen, bloedvaten, banden, pezen en tussen de pezen zit een slijmbeurs.
    • Zie aanvullende informatie 2.15
    • Zie 'google afbeeldingen': heupgewricht. Neem met de fysiotherapeut door welke afbeeldingen voor u relevant zijn. 
    • Zie onder afbeelding voorzijde bekken en bovenste deel bovenbeen, in rood irritatie gebied heupkop en heupkom

SAM 5509

  • Bij een heupgewrichtsklacht kan het kraakbeen, de gewrichtsvloeistof, het kapsel, de banden en pezen rond het gewricht aangedaan zijn. Ook kan er sprake zijn van botvorming langs de rand van het gewricht. Neem met de fysiotherapeut door welke structuren bij u aangedaan zijn.
  • Gewrichtsklachten vragen vaak om lang herstel (enkele maanden tot 1 jaar) en soms blijven de klachten aanwezig of komen regelmatig terug. Eea is afhankelijk van de situatie van het heupgewricht, de mate van belasting (sprake van belastende sport of werk?), de leeftijd en de algehele gezondheidstoestand.
  • Bij 50% van ouderen rond de 65 jaar en 70% van ouderen boven de 75 jaar is sprake van heup gewrichtsklachten
  • Voor uitgebreide en algemene informatie over gewrichtsklachten, zie het onderwerp 'gewrichtsklacht' op deze site.

Hoe kan een heupgewrichtklacht ontstaan

  • Premaire heupgewrichtsklacht
    • Ouder worden: kwaliteit gewricht gaat achteruit (artrose). Klachten vaak meer dan 3 maanden aanwezig. Mate van artrose op een röntgenfoto zegt niet altijd iets over de ernst van de klachten!!
  • Secondaire heup gewrichtsklacht
    • Genetische aanleg
    • Anatomische variatie: hypermobiliteit, beenlengte verschil, vormafwijking van gewricht (heupkop en/of heupkom)
    • Inklemming thv heup: zie het onderwerp 'inklemmingsklachten thv heup'
    • Achterliggende ziekte: reuma, oseoporose: zie de onderwerpen RA en osteoporose op deze site
    • Overbelasting (sport, werk)
    • Doorgemaakt trauma of eerder doorgemaakt trauma (botbreuk, ontwrichting) en daardoor beschadiging gewrichtskraakbeen en/of bandletsel: zie botbreuk thv heup op deze site
    • Eerder doorgemaakte operatie
  • Neem met de fysiotherapeut door wat bij u de oorzaak is van de heupgewrichtsklacht
 Welke verschijnselen kunnen optreden bij een heupgewrichtklacht
  • Pijn in bovenbeen (voorzijde en/of buitenzijde), knie, onderbeen, bil, lies
    • Bij drukken met vingers in lies
    • Bij staan op aangedane been
    • Bij starten bewegen na tijd zitten of na nacht slapen. Na stukje lopen verdwijnen de klachten vaak weer
    • Bij lang lopen (daardoor mank lopen)
    • Bij buiging heup (bijvoorbeeld bij schoenen aandoen)
  • Crepitaties (kraken, “zanderig” geluid) bij het bewegen
  • Verminderde beweeglijkheid heup (stijfheid): strekking, draaiing naar binnen en draaiing naar buiten
  • Ander looppatroon: been in heup naar buiten gedraaid en iets gebogen
  • Verminderde spierkracht/ stabiliteit rond het heupgewricht: bij volle belasting aangedane been (ongeveer 30 seconden op aangedane been staan) maakt romp een shift naar aangedane been (trendelenburg)
  • Neem met de fysiotherapeut door welke verschijnselen bij u aanwezig zijn
Wat zijn mogelijke behandelaars bij een heupgewrichtklacht
  • Fysiotherapeut
    • De eigen fysiotherapeut geeft aan welke informatie, adviezen en oefeningen zinvol zijn, zie verder. Meestal zijn 4 - 6 behandelingen voldoende. Fysiotherapie is van belang om de voorwaarden te scheppen om actief te blijven (oefeningen, bewegen, sporten) en balans te vinden tussen niet te veel doen, maar zeker ook niet te weinig. Zie ook aanvullende informatie 2.1
      • Eerste behandeling: Diagnose stellen, uitleg klachtenbeeld, informatie over behandelplan en eerste adviezen oefeningen
      • Tweede behandeling: Oefeningen en adviezen doornemen (e.v.t een opname hiervan maken die thuis bekeken kan worden)
      • Behandeling 3: Oefeningen doornemen en kijken of ze goed uitgevoerd worden
      • Behandeling 4 enige tijd na behandeling 3: evalueren stand van zaken.
      • Zo nodig nog 2 (of meer: e.e.a afhankelijk van herstel) behandelingen plannen. Eea is afhankelijk van uitgebreidheid klacht, het herstel, het oppakken van adviezen oefeningen en de eventueel aanwezige 'bewegingsangst'
    • Nivel - Kennis voor betere zorg: E-Exercise bij artrose heup en knie. Zie aanvullende informatie 2.17
  • Huisarts
    • Als sprake is van artrose: Zie website 'Thuisarts.nl': Ik heb artrose van de heup
    • Medicatie:
      • Pijndemping (paracetamol), ontstekingsremmer (NSAID). Zie aanvullende informatie: 2.5.2.3
      • Glucosamine. Er zijn verschillende meningen over de effecten van glucosamine bij artrose: zie aanvullende informatie: 2.5.2.1 en 2.6.2 en 2.7
    • Doorverwijzen: onderzoek (rontgen) / fysiotherapeut / dieetis bij overgewicht / orthopeed als klachten ondanks adviezen en oefeningen aanwezig blijven
      • In de eerste lijn heeft bij een klinische verdenking op heupartrose een röntgenfoto weinig toegevoegde waarde, zie aanvullende informatie 2.5.2.4. Mate van artrose op een röntgenfoto zegt niet altijd iets over de ernst van de klachten: Soms veel artrose en weinig klachten en soms weinig artrose en veel klachten (artrose kan zitten op plek die veel klachten veroorzaakt!).
      • Voor doorverwijzen naar fysiotherapie of oefentherapie: Op de korte termijn is er wel een (bescheiden) effect van oefentherapie te verwachten, maar niet op de langere termijn. Huisartsen zullen zelf in overleg met de patiënt moeten afwegen of oefentherapie een meerwaarde heeft voor de behandeling. Zie aanvullende informatie 2.5.2.2
  • Dieetist: ondersteuning bij afvallen, zie aanvullende informatie 2.5.2.3
  • Specialist, orthopeed 
    • Onderzoek: MRI, röntgen. Mate van artrose op een röntgenfoto zegt niet altijd iets over de ernst van de klachten: Soms veel artrose en weinig klachten en soms weinig artrose en veel klachten (artrose kan zitten op plek die veel klachten veroorzaakt!). Zie website 'startpuntradiologie': Heup
    • Injectie: corticosteroid en lidocaine
    • Operatie. 
      • Kijkoperatie. Zie 'heupscopie.nl: voorlichtingsfilmpje over heupartroscopie
      • Voor een Total Hip Prothese operatie kan gekozen worden als sprake is van (zie ook filmpje YouTube: wat is een versleten heup, wanneer een nieuwe heup)
        • Pijn in nacht die niet meer met medicatie kan worden verminderd
        • Belemmeringen in het dagelijkse functioneren
        • Afname kwaliteit van leven 
  • Neem met de fysiotherapeut door welke hulpverleners een aanvulling kunnen zijn op de behandeling 
Welke adviezen kunnen zinvol zijn bij een heupgewrichtklacht
  • Algemeen
    • In beweging blijven (essentieel bij gewrichtsklachten!), maar overbelasting voorkomen. Gedoseerd bewegen vermindert verstijving van het gewricht en verbetert de belastbaarheid
    • Als er sprake is van een in-actieve leefstijl kan fysiotherapie zinvol zijn om oefeningen aan te leren en adviezen te krijgen om te bewegen. Als er zelf voldoende motivatie is om de leefstijl aan te passen of er wordt al voldoende bewogen, dan is therapie niet altijd nodig. Regelmatig bezoek aan een fitnesscentrum of dagelijkse lichaamsbeweging, aangepast aan de eigen mogelijkheden, kunnen voldoende zijn (zie aanvullende informatie 2.13)
    • Zo nodig (of tijdelijk) loophulpmiddel gebruiken. Zie het onderwerp 'hulpmiddelen' op deze site, kijk bij 'lopen'. Neem met de fysiotherapeut door welk loophulpmiddel voor u geschikt is. Zie filmpje en onderstaande afbeelding van website 'samenbeterthuis.nl.
      • Hqdefault
    • Pijndagboek bijhouden en dit bespreken met de huisarts of fysiotherapeut: locatie pijn, hoeveel pijn op pijnschaal van 0-10, belastende activiteit gedaan ervoor ?, hoe lang hield pijn aan? 
    • Pijnstillers om in beweging te kunnen blijven en goed te kunnen slapen (niet met pijndempers zwaar belasten!)
    • Bij overgewicht: afvallen. Zie aanvullende informatie 2.5.3
    • Gebruik goed schoeisel (eventueel met demping: hardloopschoenen)
    • Een stoel met leuningen is prettig bij het opstaan en gaan zitten. 
  • Ontspannen / pijndempen
      • Koude pakking op het heupgewricht (tien minuten, doekje tussen pakking en huid, twintig minuten tussen elke koudebehandeling). Zie 'hulpmiddelen' op deze site en kijk bij 'spieren'. 
      • Massage bovenbeen. Zie 'oefeningen divers' op deze site en kijk bij massage knie + onderbeen. Neem met de fysiotherapeut door welke massagetechnieken voor u zinvol zijn

      • Warmtepakking op spieren bovenbeen en/of lage rug. Zie 'hulpmiddelen' op deze site en kijk bij 'spieren'. 
      • Losmaakoefeningen: vaak en kort doen, zie verder bij oefeningen  
  • Bewegen / sporten
    • Bespreek samen met de fysiotherapeut welke sport/ activiteit voor u geschikt is: duurtraining (wandelen, fietsen, zwemmen) en/of intervaltraining (bijvoorbeeld inspanningsblokjes van 5 minuten) en/of krachttraining. 
    • Doe functionele oefeningen: opstaan en gaan zitten, liggen en opstaan, iets zwaars (bv stofzuiger) optillen en wegleggen, traplopen (zie gezondheidsnet: 'fit door dagelijkse dingen')
    • Probeer in plaats van te lopen meer te fietsen. Een electrische fiets en een fiets met een lage instap is ideaal voor mensen met heupklachten.   
    • Zie ook video's op website 'physiotec', aquatherapie.
  • Neem met de fysiotherapeut door welke adviezen voor u zinvol zijn 

Welke oefeningen kunnen zinvol zijn bij een heupgewrichtklacht 

.

SAM 3820

  • De fysiotherapeut kan (als zowel de fysiotherapeut en de patiënt er achter staan!) een opname maken van de oefeningen die voor u van belang zijn (met telefoon van fysiotherapeut en mailen of met telefoon/ ipad van patiënt), zodat u thuis dit terug kan zien)
  • Als het mogelijk is functioneel oefenen ( = traplopen, opstaan en gaan zitten, wandelen, hometrainer, tuinieren, stofzuigen) omdat dit aansluit bij het normale gebruik spieren en gewrichten 
    • SAM 3745
  • De fysiotherapeut geeft aan welke oefeningen voor u geschikt zijn

  1. Websites 
    1. Thuisarts: ik heb artrose van de heup
    2. Dokterdokter: Artrose van de heup: oorzaken en symptomen
    3. Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV), zorg voor beweging: heup, klik 'artrose'
    4. Boek: 'Mijn heup de baas' (met tips en oefeningen bij artrose heup) van R. Lennartz
    5. Video van 'zorgkaart Nederland': heup. Als u een versleten heup heeft, staat u voor een hoop keuzes. Een operatie of toch fysiotherapie? Een arts op een steenworpafstand of toch verder reizen voor een arts die heel goed bekend staat? Volg in deze animatie Els in haar zoektocht naar een geschikte behandelaar en behandeling. Zij laat zien waar u rekening mee moet houden bij het maken van een passende keuze.
    6. Fysioexpert: Wat is slijtage van de heup?
    7. Join2move: Actief met artrose
    8. Nivel - Kennis voor betere zorg: E-Exercise bij artrose heup en knie (zie ook onder bij 'onderbouwing' punt 17)
    9. Alles over sport: Heup
    10. Medicinfo: Heupartrose
  2. Achtergrondinformatie
    1. KNGF ( fysiotherapie beroepsvereniging) richtlijn artrose heup- en knie // richtlijn artrose heup en knie 
      1. Er is bewijs van matige kwaliteit dat oefentherapie effectief is in het verbeteren van fysiek functioneren (matig effect) en pijn (matig effect). Op basis van de waarschijnlijkheid voor een (matig) effect, de beperkte neveneffecten, de aangetoonde kosteneffectiviteit en een hoge aanvaardbaarheid van oefentherapie is de werkgroep van mening dat de interventie sterk aanbevolen kan worden (‘bied de interventie aan’).

        1. Frequentie: Streef naar het dagelijks uitvoeren van de oefeningen, op zijn minst. Start met 1-2x per week begeleide oefentherapie, aangevuld met zelfstandig uitgevoerde oefeningen en bouw gedurende de behandelperiode de begeleiding af.

          1. Spierkrachttraining: 2 x per week

          2. Aerobe oefeningen: 5 x per week tenminste 30 minuten

        2. Intensiteit: Zorg voor een geleidelijke opbouw in intensiteit gedurende het programma

        3. Type:

          1. Kies zoveel mogelijk voor functionele training en ondersteun dit waar nodig met apparaten: Integreer activiteiten die in het dagelijkse leven van de patiënt belemmerd worden (bv. lopen, traplopen, gaan zitten en opstaan uit stoel) in de oefentherapie door (onderdelen van) deze activiteiten te oefenen.

            1. Spierkrachttraining:
              - Kies voor oefeningen primair gericht op de grote spiergroepen rondom het knie- en heupgewricht (met name knie extensoren, heupabductoren en knieflexoren)
              - Laat deze oefeningen uitvoeren voor beide benen (zowel voor heup- als knieartrose, zowel voor unilaterale als bilaterale artrose).
              - Kies zowel voor oefeningen met eigen lichaamsgewicht als oefeningen met apparaten.
              - Kies bij voorkeur geen oefening met grote mechanische kniebelasting bij knieartrose (bv. ‘leg extension apparaat’).

            2. Aerobe training:
              - Kies voor activiteiten met relatief lage gewrichtsbelasting, zoals lopen, fietsen, zwemmen, roeien, cross-trainer.

          2. Richt je binnen één behandelsessie primair (tenminste 75% van behandeltijd) op één type training (spierkracht- of aerobe training) voor een optimaal behandelresultaat.

            1.  Overweeg om (actieve) range-of-motion of spierrekkingsoefeningen aan te bieden als aanvulling op de oefentherapie, indien er spierverkortingen en/of reversibele mobiliteitsbeperkingen van het gewricht aanwezig zijn die het functioneren van de patiënt belemmeren.

            2. Overweeg om specifieke balans- en/of coördinatie/neuromusculaire training aan te bieden als aanvulling op de functionele training, indien er verstoringen in balans- en/of coördinatie/neuromusculaire controle aanwezig zijn.

        4. Tijdsduur

          1. Streef naar een behandelperiode tussen 8 tot 12 weken, aangevuld met een of enkele follow-up sessies na afronding van deze behandelperiode (bv. 3 en 6 maanden a afloop van de behandelperiode), om therapietrouw te stimuleren.

          2. Stimuleer de patiënt om na de behandelperiode zelfstandig te blijven oefenen

        5. Spierkrachttraining
          1. Richt je binnen één behandelsessie primair (tenminste 75% van behandeltijd) op één type training (spierkracht-, aerobe of functionele training) voor een optimaal behandelresultaat.

          2.  spierkrachttraining: 60-80% van 1 repetition maximum (1RM) (≈BORG-score 14-17) (of 50-60% van 1RM (≈BORG- score 12-13) voor mensen die niet gewend zijn aan krachttraining) met 2-4 sets van 8-15 herhalingen met 30-60 sec. pauze tussen sets door.

          3. Kies voor oefeningen primair gericht op de grote spiergroepen rondom het knie- en heupgewricht (met name knie extensoren, heupabductoren en knieflexoren)

          4. Laat deze oefeningen uitvoeren voor beide benen (zowel voor heup- als knieartrose, zowel voor unilaterale als bilaterale artrose).

          5. Kies zowel voor oefeningen met eigen lichaamsgewicht als oefeningen met apparaten.

          6. Kies bij voorkeur geen oefening met grote mechanische kniebelasting bij knieartrose (bv. ‘leg extension apparaat’).

          7. Oefen bij voorkeur dagelijks maar minimaal 2x per week

      2. Bied geen behandeling met low level laser therapie aan bij patiënten met heup- of knieartrose.

      3. Bied geen behandeling met een elektromagnetisch veld aan bij patiënten met heup- of knieartrose.

      4. Bied geen continuous passive motion (CPM) therapie aan bij patiënten na een gewrichtsvervangende operatie
        vanwege heup- en/of knieartrose.

      5. Bied bij voorkeur geen behandeling met TENS aan bij patiënten met heup- en/of knieartrose. Overweeg de
        toepassing van TENS uitsluitend als kortdurende interventie voor pijnvermindering ter ondersteuning van de
        oefentherapie indien de oefentherapie belemmerd wordt door forse pijnklachten.

      6. Bied bij voorkeur geen massagetherapie aan bij patiënten met heup- of knieartrose.

      7. Bied geen behandeling met passieve mobilisaties aan bij patiënten met heup- en/of knieartrose.

      8. Bied geen behandeling met shockwave aan bij patiënten met heup- of knieartrose.

      9. Bied geen behandeling met taping aan bij patiënten met heup- en/of knieartrose.

      10. Bied geen thermotherapie aan bij patiënten met heup- en/of knieartrose ter verbetering van het fysiek functioneren.

      11. Bied geen behandeling met ultrageluid aan bij patiënten met heup- en/of knieartrose

    2. Federatie medisch specialisten: Richtlijn (2010): Heup- knieartrose
    3. Artsen
      1. NtvG: 1 t/m 10 van 253 zoekresultaten voor 'heup artrose'
      2. NHG
        1. Het effect van glucosaminesulfaat op de progressie van heupartrose (2008). Na 24 maanden waren er geen verschillen in pijn en functie. Ook de gewrichtsspleetversmalling was na 24 maanden vergelijkbaar. Tot slot waren er geen verschillen in de secundaire uitkomstmaten. Conclusie Glucosaminesulfaat bestrijdt de symptomen en progressie van heupartrose niet beter dan een placebo.
        2. Effectiviteit van oefentherapie bij patiënten met heupartrose (2016). Op de korte termijn is er wel een (bescheiden) effect van oefentherapie te verwachten, maar niet op de langere termijn. Dit geldt voor de manier waarop Nederlandse fysiotherapeuten de oefentherapie na verwijzing door de huisarts momenteel vormgeven. Huisartsen zullen zelf in overleg met de patiënt moeten afwegen of oefentherapie een meerwaarde heeft voor de behandeling. Toekomstig onderzoek zal de huisarts hier richtlijnen in kunnen bieden door na te gaan welke subgroepen van patiënten mogelijk baat hebben bij oefentherapie, welke vorm van oefentherapie het grootste effect heeft en hoe wij als zorgverleners de patiënt gemotiveerd kunnen houden om door te blijven gaan met bewegen en oefenen. Conclusie: Onze resultaten en die van andere onderzoeken laten zien dat het nog onduidelijk blijft wat de meerwaarde van oefentherapie is. De klinische heterogeniteit tussen de onderzoeken wat betreft patiënten, oefeningen, wijze, duur en intensiteit van de oefentherapie is waarschijnlijk de oorzaak van deze soms tegenstrijdige resultaten
        3. Kansen in de behandeling van knie- en heupartrose (2011). Start met paracetamol, deze dosis langzaam verhogen, later een NSAID toevoegen, switcht naar een NSAID en als derde stap NSAID vervangt door tramadol. Verder werden patiënten verwezen naar de fysiotherapeut voor aerobische en krachtversterkende oefeningen en kregen de patiënten met overgewicht het advies om af te vallen.
        4. Heuppijn niet gerelateerd aan afwijkingen op foto (2016). Patiënten met radiologische heupartrose hadden maar in gemiddeld 20% van de gevallen pijn in de lies of pijn bij endorotatie. Van patiënten met pijn in de lies had gemiddeld maar 5% daadwerkelijk radiologische heupartrose. Dit onderzoek maakt duidelijk dat de meeste patiënten met een klinische verdenking op heupartrose geen afwijkingen hebben op een röntgenfoto van het heupgewricht. De auteurs bevelen in deze gevallen aan om toch te behandelen als heupartrose, omdat een röntgenfoto slechts voor een deel bijdraagt aan de diagnostiek. In de eerste lijn heeft bij een klinische verdenking op heupartrose een röntgenfoto dus weinig toegevoegde waarde.
        5. Een man met knieklachten door een heupafwijking (2016).Conclusie: Knieklachten kunnen een uiting zijn van een heupaandoening. Daarom is het van belang bij patiënten met knieklachten die niet goed te duiden zijn, altijd de ipsilaterale heup te onderzoeken en daarbij te letten op beperkte of pijnlijke rotaties. Als de huisarts al in een vroeg stadium rekening houdt met eventuele betrokkenheid van het heupgewricht, kan dat de juiste diagnose aanzienlijk versnellen en onnodig aanvullend onderzoek voorkomen. Men moet er rekening mee houden dat afwijkingen op röntgenfoto’s en MRI’s van de knie niet altijd de verklaring van de klachten zijn

        6. Oefentherapie bij heupartrose: wel degelijk bewijsvoering (2015)
        7. Manuele therapie bij coxartrose (2005)
        8. Zelfmanagementprogramma bij artrose niet effectief (2014).
        9. Welke NSAID helpt het beste bij heup- of knieartrose? (2016). De onderzoekers geven in hun analyse aan dat, wanneer de effecten afgezet worden tegen de in de literatuur beschreven nadelen, diclofenac 150 mg de gunstigste uitkomst heeft ten opzichte van placebo. De onderzoekers hebben in deze analyse echter geen ‘indirecte’ effectschattingen berekend tussen de belangrijkste medicaties en doses onderling. Ook hebben zij de NSAID-gel niet meegenomen in de vergelijkingen, en hebben zij geen onderscheid gemaakt tussen patiënten met heup- of knieartrose. Tevens blijkt dat 92% van de studies financiering ontving van de industrie
        10. Paracetamol bij artrose in het verdomhoekje? (2016). Conclusie: Als conservatieve maatregelen, inclusief frequente inname van paracetamol, onvoldoende helpen – en bedenk daarbij dat paracetamol in hogere doseringen ook niet volledig veilig is,10 – en de inflammatoire aspecten overheersen, is er plaats voor de ontstekingsremmende en daarmee pijnstillende werking van NSAID’s, al dan niet in combinatie met maagbeschermers en met dosisaanpassing bij nierinsufficiëntie, zoals diclofenac (75 mg 2 dd) of etoricoxib (60 mg 1 dd) in korte kuren van hooguit 2 weken. Toekomstig onderzoek zal moeten uitwijzen wat de plaats van colchicine of prednison als alternatief voor NSAID’s is . Bij chronische pijn biedt de NHG-standaard ‘Pijn’ voor huisartsen een prima uitgangspunt, met nadruk op zelfredzaamheid, activiteit en eventueel verwijzing naar een multidisciplinair team.1 Natuurlijk kan een nieuwe heup of knie bij patiënten met gevorderde heup- of knieartrose ook een prima optie zijn.
    4. Fysio forum
      1. Zoekresultaten bij heupartrose
    5. Reumafonds: voedingssupplementen, kijk bij glucosamine.  Er zijn wisselende bewijzen over de effecten van glucosamine als het als supplement wordt gebruikt bij artrose.
    6. Minerva, Tijdschrift voor Evidence Based Medicine. Oefenprogramma''s voor artrose van de onderste ledematen (2014; Volume 13; Nummer 4; Pagina 43 - 44).Wat is het effect van verschillende oefenprogramma’s in vergelijking met geen oefeningen of met andere oefenprogramma’s op pijnverlichting en functieverbetering bij patiënten met artrose van de onderste ledematen? Deze netwerk meta-analyse van heterogene studies besluit dat sommige vormen van oefentherapie effectief zijn voor pijnverlichting en functieverbetering bij patiënten met artrose in de onderste ledematen. Omdat er te weinig studies zijn die verschillende vormen van oefentherapie direct met elkaar vergelijken kunnen we nog steeds geen uitspraak doen over welke vorm van oefentherapie het meest effectief is op het vlak van pijnverlichting en functieverbetering bij knie-en heupartrose.
    7. Boek: Onderzoek en behandeling van de heup
      1. H1 (Artrose van het rechterheupgewricht), Koos van Nugteren
      2. H2 (Coxartrose links en geringe verschijnselen van een lumbale kanaalstenose), Koos van Nugteren
      3. H3 (Femurkopnecrose ten gevolge van stikstofembolie van de heuparteriën), Koos van Nugteren
    8. Boek: Onderzoek en behandeling van artrose en artritis
      1. H11 (Coxartrose links en secundair lichte patellofemorale artrose) en 11a (Addendum diagnostiek bij artrose van heup en knie), Koos van Nugteren, Dos Winkel
      2. H2a (Addendum coxartrose en spinale stenose, een veelvoorkomende en moeilijk te differentiëren combinatie bij ouderen)
    9. Boek: Kunstgewrichten:, de heup. Koss van Nugteren en Dos Winkel (2015)
      1. H2: lage rugklachten met pijn in het linkerbeen en de linker voet bij een 70 jarige man
      2. H4: geleidelijk ontstane liesklachten bij een 53 jarige sportieve man
    10. Nederlands Tijdschrift voor geneeeskunde: Heupartrose, nepbehandeling gelijk aan fysiotherapie (2014). Bennell KL, Egerton T, Martin J, Abbott H, Metcalf B, McManus F, et al. Effect of physical therapy on pain and function in patients with hip osteoarthritis. A randomized clinical trial. JAMA. 2014;311:1987-97. Medline

      • Waarom dit onderzoek? Patiënten met artrose van de heup worden vaak verwezen voor fysiotherapie, maar voor deze behandeling is slechts beperkt wetenschappelijk bewijs. 

      • Onderzoeksvraag: Heeft fysiotherapie een positief effect op pijn en functiebeperking bij patiënten met heupartrose vergeleken met een controlegroep die ‘schijnfysiotherapie’ krijgt?

      • Hoe werd dit onderzocht? In een gerandomiseerde placebogecontroleerde trial werden 102 patiënten met heupartrose en een pijnscore van > 40/100 verdeeld over 2 groepen: (a) manuele therapie inclusief thuisoefeningen; en (b) niet-werkend ultrageluid en een gel zonder werkzaam bestanddeel. Patiënten ondergingen 10 behandelingen gedurende 3 maanden. Vervolgens continueerden zij thuis nog gedurende een half jaar de oefeningen of de gel. De belangrijkste uitkomstmaten waren pijn en de mate van bewegingsbeperking na 3 maanden. De onderzoekers keken onder andere ook naar verbetering in deze scores na 9 maanden.

      • Belangrijkste resultaten: In de actieve groep was de pijnscore bij start 58,8/100 en deze verminderde na 3 maanden naar 40,1. In de groep die schijnbehandeling kreeg was de pijnscore bij start 58,0 en na 3 maanden 35,2, een gemiddeld, maar niet significant verschil van 6,9 in het voordeel van de schijnbehandeling. Ook na 9 maanden was dit verschil niet significant. De onderzoekers vonden ook geen significant verschil in de mate van bewegingsbeperking tussen beide groepen.

      • Consequenties voor de praktijk: Het is zeer goed voorstelbaar dat contact met een hulpverlener al therapeutisch werkt, onafhankelijk van wat hij of zij doet. Volgens de onderzoekers gaven eerdere trials waarin fysiotherapie werd vergeleken met niets doen tegengestelde resultaten. Uit dit onderzoek kunnen we in ieder geval concluderen dat het niet uitmaakt of u fysiotherapie of een nepbehandeling adviseert. Mogelijk is de keuze op basis van kosten dan snel gemaakt.

      • Reacties

    11. Diagnose stellen / volgen effect behandeling
      1. Zie KNGF:  Richtlijn artrose heup en knie: meetinstrumenten
      2. Fysiostart: Diagnostische tests heup
      3. Physiotutors: Hip Assessment // Loopcyclus & loopanalyse // Trendelenburg teken | Heup abductoren
      4. Algofunctionele Index heup (AFI): Voor patiënten met artrose, maar ook te gebruiken bij andere heup- en knie-aandoeningen  
      5. Harris Hip Score (HHS): Voor patiënten met coxartrose en -artritis, voor en na het operationeel inzetten van een totale heup endoprothese (on- of gecementeerd)
      6. Hip Injury and Osteoarthritis Outcome Score (HOOS): Voor patiënten met heupklachten vnl. heupartrose
      7. Intermittent and Constant OsteoArthritis Pain (ICOAP): Voor patiënten met artrose van heup- en/ of knie
      8. 6 Minuten looptest
      9. Visual Analogue Scale (VAS (LIJN))
      10. Spierkracht meten met de MicroFET en sportfysio: en Isometric hip abduction strength test: Nicky van Melick
      11.  Trendelenburg:
        1. letten op compensaties: wegzakken bekken en holle rug
        2. Heffen knie aantal keer uitvoeren 
        3. Comineren met buigen knie in standbeen
      12. Squat:
        1. Aantal keer uitvoeren
        2. Letten op compensaties: wegzakken bekken en holle rug
      13. Testen totale ROM: van uiterste stand exo naar uiterste stand endo (dus niet apart) 
      14. Intraarticulaire testen
        1. Anterior impingement test: flexie %2B adductie %2B endo in heup
        2. Faber test (Patrick sign): maximale exo (enkel aangedane been op knie niet aangedane been)
        3. C sign: specifiek klachtengebied (pijn thv lies)
        4. Aanvullend doen: Resisted active straight leg raise / Fitzgerald test / Thomas test
    12. Google scholar: gewrichtsklachten heup
    13. Anatomy
      1. E-Orthopod: youtube filmpje over anatomie heup en bovenbeen (wordt engels gesproken)
      2. Anatomy Lyon, youtube filmpje: bekken en heup / femur / quadriceps (spier voorzijde bovenbeen) / gluteus maximus, tensor fascia lata, iliotibial tract (spieren buitenzijde bovenbeen) / adductoren bovenbeen (spieren binnenzijde bovenbeen) / illiopsoas (liesspier) / sartorius en pes anserinus / gluteus medius en minimus (spieren buitenzijde heup) / de 3 compartimenten van het bovenbeen 
      3. Zie website 'startpuntradiologie': Heup
    14. In de huidige richtlijnen over artrose (NHG-Standaarden Niet-traumatische knieproblemen bij volwassenen; Hand- en polsklachten) bestaat de behandeling met name uit het geven van goede voorlichting, desgewenst voorschrijven van pijnstillers en het geven van bewegingsadvies.
      • Context Zelf Management Programma’s (ZMP’s) zijn bedoeld om patiënten met een chronische aandoening te stimuleren een actieve(re) rol aan te nemen in hun medische behandeling.  
      • Bij artrose zijn ZMP’s vooral gericht op voorlichting en gedragsaanpassingen en worden ze aanvullend gegeven op de gangbare medische behandeling. Via verbetering van zelfmanagement wil men pijn, functiebeperking en overige algemene klachten verminderen, en de kwaliteit van leven verbeteren. Klinische vraag: 'Dragen ZMP’s bij aan de effectiviteit van zelfmanagement bij patiënten met artrose'? Conclusie auteurs: Er is kwalitatief matig bewijs dat ZMP’s niet of nauwelijks effectief zijn bij de behandeling van patiënten met artrose.
      • Ik kan me vinden in de conclusie van de auteurs, dat het geen toegevoegde waarde heeft om patiënten met chronische pijnklachten door knie-, heup- of handartrose tijd, moeite en geld te laten investeren in het volgen van een ZMP
    15. Promotie mw. drs. C.J.J. Kloek, titel:e-Exercise: the integration of physiotherapy sessions and a web-application for patients with hip and knee osteoarthritis (2018)
      • Patiënten met artrose aan de heup, knie of beiden die e-Exercise volgen gaan ongeveer evenveel vooruit als patiënten die reguliere fysiotherapie volgen, terwijl ze veel minder vaak bij de fysiotherapeut komen. Dit blijkt uit onderzoek van Nivel en Hogeschool Utrecht-onderzoeker Corelien Kloek, die hierop 4 april promoveert aan Tilburg University.
    16. Rehabilitation Exercises for the Gluteus Minimus Muscle Segments – An Electromyography Study (2017)
      • Targeted rehabilitation exercises graded by exercise intensity can be prescribed specifically for the anterior and posterior GMin segments to aid in restoration of hip function following injury or ageing.
        Onderbouwing  
    17. Clinical Examination, Diagnostic Imaging, and Testing of Athletes With Groin Pain: An Evidence-Based Approach to Effective Management (2018)
    18. Musculoskeletal Screening Tests and Bony Hip Morphology Cannot Identify Male Professional Soccer Players at Risk of Groin Injuries: A 2-Year Prospective Cohort Study (2018)
    19. Acupuncture for hip osteoarthritis. (2018)
    20. Running and Osteoarthritis. Does Recreational or Competitive Running Increase the Risk? (2017)
    21. Beroepsziekten: Artrose van de heup
    22. Oefeningen
      1. Zie website 'fysiotherapie Douma': oefeningen bij artrose heup
  3. Bij twijfel diagnose denken aan
    1. Stenose lage rug
      1. Stenose lage rug: been pijn bij lang staan en lang lopen (strekking in lage rug)
      2. Bij 35% van de ouderen met heup gewrichtsklachten is ook sprake van stenose in de lage rug
      3. Controleren door verdovende injectie in heup. Als klachten kortdurend verdwijnen wijst dit op heupklachten
    2. Inklemmingsklachten thv de heup