Band: Instabiliteit tussen bootvormig - en maanvormig botje

Onderstaande uitwerking is een aanvulling op de fysiotherapeutische behandeling: de fysiotherapeut (online of in de praktijk) geeft aan welke informatie, adviezen en oefeningen voor u van belang zijn. Maak zo nodig online een afspraak om uw situatie te bespreken

SAM 4675

  • Zie boven afbeelding linker hand: links handrug en rechts handpalm. In rood os lunatum en os scaphoid (is locatie instabilitiet)

In het kort

  • Andere benaming: Instabiliteit tussen os scaphoid en os lunatum of DISI-deformiteit of SL instabiliteit 
  • De pols wordt gevormd door 8 botjes, waarbij de bandjes vooral voor stabiliteit zorgen.
  • Bij SL instabiliteit is er sprake van een overrekking of scheur van het bandje tussen het maanvormige bot (os lunatum) en het scheepvormige bot. (os scaphoid). Zie boven afbeelding
  • Bij een instabiel gewricht zijn de banden te ruim  en/of de spieren verzwakt
  • Oorzaak kan zijn door trauma, slijtage of genetisch (hypermobiel)
  • U heeft pijn rond de pols en problemen met iets vastgrijpen
  • Er is sprake van regelmatige verzwikkingen en daardoor pijn, zwelling en instabiel gevoel
  • De fysiotherapeut kan begeleiding geven door uitleg, adviezen en oefeningen
    • Van belang is o.a het leren stabiliseren van de pols bij dagelijkse activiteiten
    • Zo nodig kijken welke hulpverlener zinvol is als klachten blijven of erger worden

    • Andere benaming: DISI-deformiteit of SL instabiliteit of SLI of DISI instabiliteit of SL dissociatie of SL-leasie
    • Anatomie
      • De pols wordt gevormd door
        • 8 botjes die liggen in 2 rijen:
          • 1 rij die tegen de onderarm aanligt (hierin liggen het os lunatum en os scaphoid)
          • 1 rij die tegen de hand aanligt
        • 22 pezen: lopen langs botjes
        • 26 bandjes: verbindenbotjes met elkaar
      • Zie video op website 'Anatomy Lyon': Bewegingen pols en onderarm
      • Zie google afbeeldingen: anatomie polsgewricht / SL instabiliteit. Neem met de fysiotherapeut door welke afbeeldingen voor u relevant zijn. 
      • Zie aanvullende informatie 2.4.  
    • Bij SL instabiliteit is er sprake van een overrekking of scheur van het bandje (ligament) tussen het maanvormige bot (os lunatum) en het scheepvormige bot. (os scaphoid).
    • Er kan sprake zijn van 2 typen instabiliteit
      • Dynamisch: Standsverandering tussen botjes (os lunatum en os scaphoid) vind alleen plaats tijdens het bewegen van de pols
      • Statisch: Standsverandering botjes ook in rust (= ernstiger en alleen met brace of operatie te behandelen)
    • Voor uitgebreide en algemene informatie over instabiliteit, zie het onderwerp 'instabiliteit' op deze site

    Neem met de fysiotherapeut door welke informatie voor u zinvol is

    • Slappe banden / hypermobiel (zie hypermobiliteit op deze site)
    • Regelmatige ontstekingen door reuma (zie reuma op deze site)
    • Trauma, bijvoorbeeld val op de gestrekte pols 
      • Overrekking of scheur van het bandje (ligament) tussen het maanvormige bot (os lunatum) en het scheepvormige bot. (os scaphoid).
      • Botbreuk scaphoidbotje (zie botbreuk scaphoidbotje op deze site) in cominatie met scheur / overrekking bandje

    Neem de oorzaak van uw klachten met de fysiotherapeut door

    • Pijn aan de duimzijde van de pols
      • Pijn bij strekken (steun op leuning stoel bij opstaan, opdrukken) en/of in rust. 
      • Drukpijn thv scapholunaire gewricht
      • Soms schietende pijn
    • Soms is er een klik voelbaar in de pols.
    • Krachtsverlies handspieren
    • Soms verstoorde grijpfunctie

    Neem de verschijnselen die bij u aanwezig zijn met de fysiotherapeut door

    • Fysiotherapeut / handfysiotherapeut
      • De eigen fysiotherapeut geeft aan welke informatie, adviezen en oefeningen zinvol zijn, zie verder. Meestal zijn 2-4 behandelingen voldoende. Tijd is de belangrijkste factor bij herstel van de aangedane structuren. Fysiotherapie is van belang om de voorwaarden van het natuurlijke herstel te optimaliseren.

        • Eerste behandeling: diagnose stellen, uitleg klachtenbeeld, informatie over behandelplan en eerste adviezen oefeningen
        • Tweede behandeling: Oefeningen en adviezen doornemen (e.v.t een opname hiervan maken die thuis bekeken kan worden)
        • Behandeling 3: Oefeningen doornemen en kijken of ze goed uitgevoerd worden
        • Behandeling 4 enige tijd na behandeling 3: evalueren stand van zaken.
        • Zo nodig nog 2 (of meer) behandelingen plannen. Eea is afhankelijk van uitgebreidheid blessure, het herstel, het oppakken van adviezen oefeningen en van de eventueel aanwezige 'bewegingsangst'
    • Huisarts
      • Medicatie: pijndemper
      • Doorverwijzen: (hand)fysiotherapeut / orthopeed als klachten aanwezig blijven, regelmatig terugkomen, erger worden ondanks de adviezen en oefeningen
    • Specialist, orthopeed (eventueel met specialisatie handen)
      • Onderzoek: röntgenfoto. 
      • Immobiliseren: brace aanmeten. Zie aanvullende informatie 2.2.2
      • Kijkoperatie 

    Neem met de fysiotherapeut door welke hulpverleners een aanvulling kunnen zijn op de behandeling

    • Algemeen
      • Relatieve rust: bewegen binnen mogelijkheden en overbelasting voorkomen
      • Steunen niet op handpalm maar op vuist
    • Ontspannen / pijndempen door
      • Losmaakoefeningen (vaak en kort doen) bij pijn of stijfheid in de pols
      • Zelfmassage van spieren / pezen onderarm en pols.  Zie 'oefeningen divers' op deze site en kijk bij 'massage/ regio pols'
      • Koude pakking op het gewricht (tien minuten, doekje tussen pakking en huid, twintig minuten tussen elke koudebehandeling). Zie 'hulpmiddelen' op deze site en kijk bij 'spieren'. 
    • Stabiliseren pols
      • Door polsbrace of spalk. Zie 'hulpmiddelen' op deze site en kijk bij 'ondersteuning'. Zie ook aanvullende informatie 2.2.2
      • Zelf, door pols in ‘middenstand’ (hand iets naar achteren en middelvinger in het verlengde van de pols) te houden
      • SAM 5465
    • Bewegen, sporten en werken

        • Niet met medicatie / pijndempers sporten of belastend werk doen
        • Als de eigen sport / werk niet meer uitgeoefend kan worden, zoek dan naar alternatieven
        • Onderzoeken sportmateriaal, sportomstandigheden, trainingsbelasting (frequentie, duur en intensiteit aanpassen, stoppen is vaak niet nodig) en techniek.

    Neem met de fysiotherapeut door welke adviezen voor u zinvol zijn

    SAM 4781

    • Punten die van belang zijn bij deze klacht. Zie aanvullende informatie 2.2
      • Houdingsoefening om pols in neutrale positie te brengen die minste overbelasting geeft
      • Losmaakoefeningen bij pijn en stijfheid
      • Krachtoefeningen en stabilisatieoefeningen. Zie aanvullende informatie 2.2.3 en 2.2.4
        • Haltertraining, trainen met elastische banden en vormen van ‘trekken’ en ‘hangen’ brengen minder compressie in de pols met zich mee:  versterken spieren en op lange termijn ook het kapselbandapparaat (zie aanvullende informatie)
        • Krachtoefening voor spieren rond pols heeft beperkingen omdat er rond de pols geen spieren zijn die de functie van kapselbandstructuren kunnen overnemen (zie aanvullende informatie)
      • Sport- en werkspecifiekeoefeningen

    De fysiotherapeut geeft aan welke adviezen en oefening voor u zinvol zijn.

    1. Websites
      1. Hand en polscentrum: SL dissociatie
      2. Xpertclinic: SL leasie 
      3. Het boekje ‘Oefentherapie voor chronische polsklachten’ is niet in de boekhandel verkrijgbaar. Het is tegen contante betaling te verkrijgen bij 'TheHandClinic'. De kosten bedragen €15
    2. Onderbouwing
      1. Google scholar: scapho lunaire instabiliteit
      2. Boek: Onderzoek en behandeling van de hand en de pols H5 (hevige pijn in de pols bij een 26-jarige man, als gevolg van een hyperextensietrauma tijdens een volleybalwedstrijd) en 5a (addendum: ‘Dorsal Intercalated Segment Instability’ (DISI-instabiliteit), K. van Nugteren, D. Winkel
        1. Diagnostische testen: Watson test en Apprehensiontest ( beiden niet 100% betrouwbaar!)
        2. De behandeling van  chronische polsinstabiliteit is in principe dezelfde als van acute instabiliteit, met dien verstande dat veel meer patiënten van operatie afzien, omdat zij met een brace weinig klachten hebben en redelijk goed kunnen functioneren in het dagelijks leven.
        3. Bij geleidelijk ontstane polsinstabiliteit: immobilisering door middel van een polsbrace of gips. Deze behandelingsvorm moet worden gezien als een manier om de hypermobiliteit te bestrijden. Het omringende weefsel adapteert aan de verminderde beweeglijkheid. Het kapsel reageert door het zogenaamde ‘cross linking’, de vorming van collageenvezels, waardoor de stijfheid van het kapsel toeneemt en de beweeglijkheid van het gewricht afneemt. Voorzichtig opgebouwde oefentherapie zal daarna nodig zijn om de verzwakte musculatuur (maar zeker ook pezen en banden) weer te versterken.
        4. De ervaringen van de IAOM (Internationale Academie voor Orthopedische Geneeskunde) met betrekking tot de toepassing van oefentherapie bij polsinstabiliteit zijn in het algemeen teleurstellend. Alleen lichte vormen van dynamische instabiliteit kan men proberen te verbeteren door oefentherapie
      3. Boek: Onderzoek en behandeling van de hand en de pols H4 (Scaphoid Nonunion Advanced Collaps (snac-)pols), K. van Nugteren, D. Winkel
      4. Anatomie
      5. Carpale instabiliteit: een classificatie, klinisch beeld en diagnose (2010). Hogeschool van Amsterdam, ASHP domein Fysiotherapie
        • Conclusie: Carpale instabiliteit blijft een ingewikkeld klachtenpatroon die onbehandeld tot ernstige gevolgen kan leiden. Daarom is het belangrijk voor fysiotherapeuten om dit klachtenpatroon te kunnen herkennen en vroegtijdig te handelen daar waar nodig. Ons doel was om een evidence-based weergave te geven van de klinische beelden bij de drie meest voorkomende vormen van carpale instabiliteit en de klimimetrische eigenschappen van de polstesten in kaart brengen. Dit is bij de klinische beelden deels gelukt, omdat wij hier een aantal artikelen voor hebben gevonden. De andere symptomen en tekens zijn alleen benoemd in artikelen zonder een verwijzing naar een onderzoek. Over de klinimetrische eigenschappen van de pols testen hebben we maar één artikel gevonden die we bovendien niet konden verkrijgen. Dit maakt het voor ons moeilijk om een uitspraak te doen over de waarde van deze testen. Vooralsnog worden deze testen door
          verschillende auteurs en specialisten in het werkveld geadviseerd om uit te voeren. Samen met het verhaald van de patiënt kunnen deze testen de hypothese carpale instabiliteit bevestigen. Fysiotherapeuten dienen daarom deze symptomen en tekens te herkennen, zodat patiënten vroegtijdig geadviseerd of doorverwezen kunnen worden om ernstige complicaties te voorkomen. In de toekomst moet in ieder geval meer onderzoek gedaan worden naar de epidemiologie, klinisch beeld en de waarde van de testen.
      6. Diagnose stellen / volgen herstel
        1. Meetinstrumenten in de zorg:

          1. PRWE: Veel gebruikt bij fracturen

          2. DASH: Veel gebruikt bij artrose en fracturen

          3. Hand en polsrevalidatie Nederland: Meetinstrumenten voor hand en pols

        2. Physiotutors, video's:

          1. Carpale instabiliteit
          2. Pols- en hand onderzoek
      7. Physicaltherapyvideo: 10 best hand, wrist, forearm 'strengthening exercises at Hhome.

    Neem met de fysiotherapeut door welke informatie voor u zinvol is